06/06/2026 door Jacqueline Blaak 0 Opmerkingen
Het recht op onderwijs op BES eilanden begint met nabijheid en de moed om anders te kijken
Bij de Onderwijsraad stelde ik één vraag: hoe worden aanbevelingen voor Caribisch Nederland werkelijkheid? Kreeg ik antwoord? Lees verder.
23 mei 2026
Al mijn hele werkzame leven ben ik vanuit verschillende rollen betrokken bij onderwijsontwikkeling, samenwerking en verandering. Steeds opnieuw zie ik hoe waardevol het is wanneer mensen, organisaties en systemen niet alleen hun eigen deel verbeteren, maar samen leren kijken naar het geheel, want juist daar ontstaat beweging. Niet door nóg meer op het bord van individuele professionals te leggen. Niet door scholen alleen verantwoordelijk te maken voor maatschappelijke vraagstukken. Maar door samen te onderzoeken, betekenis te geven en te bouwen aan de voorwaarden waarin recht op en goed onderwijs, goed bestuur en duurzame ontwikkeling kunnen ontstaan.
Gisteren werd dat voor mij weer eens heel concreet.
Waar advies van Onderwijsraad en eilandrealiteit elkaar ontmoeten
Samen met collega Evelien was ik voor het eerst bij de Onderwijsraad in Den Haag. We waren uitgenodigd omdat wij één van de organisaties zijn geweest die geconsulteerd zijn voor het onderzoek Onderwijs in Caribisch Nederland. Een onderzoek naar de werking van het Nederlandse onderwijssysteem op Bonaire, Saba en Sint Eustatius, ruim vijftien jaar nadat het onderwijs op deze eilanden onderdeel werd van dat systeem. Een opdracht van de minister van OCW aan de Onderwijsraad.
Voorbij de reflex: wat laat het proces zien?
Na een publicatie zijn we als mens vaak geneigd direct te reageren en reflecteren op de inhoud. Ik ook. We zoeken naar waar we het mee eens of oneens zijn, welke aanbevelingen ontbreken, welke conclusies raken of juist wringen. Daarmee verliezen we soms iets belangrijks uit het oog: het proces waarlangs zo’n rapport tot stand komt, want goed onderwijs ontstaat niet alleen uit brede analyses en de juiste conclusies en aanbevelingen op papier. Het ontstaat ook uit de manier waarop verschillende perspectieven wel of niet worden gehoord, hoe partijen geconsulteerd zijn, wie meeweegt in het kiezen van thema's en hoeveel ruimte er is voor samen nadenken over hoe nu verder?
Dat betekent niet dat kritische reacties op de inhoud niet belangrijk zijn. Integendeel. Juist de kritische geluiden over taal, rechtvaardigheid en de koloniale doorwerking binnen het systeem voegen iets wezenlijks toe aan het gesprek. Maar wanneer we alleen blijven hangen in de inhoudelijke tegenstelling, reflecties op de publicatie, bestaat het risico dat het gesprek opnieuw versmalt tot losse standpunten, meningen, perspectieven in plaats van een gezamenlijk ontwerpactie naar wat werkelijk nodig is.
De Onderwijsraad onderzoekt niet zomaar alles wat relevant is, maar wat de minister vraagt. De onderwijsraad is niet de partij die realiseert wat ze adviseert. En opdracht van de minister is bepalend voor de reikwijdte van het advies. Als de vraag luidt: wat is er op de BES eilanden nodig om binnen het Nederlandse onderwijssysteem goed onderwijs op de eilanden te realiseren? dan kan de raad niet zomaar het hele systeem zelf als uitgangspunt verlaten. Daar ontstaat de spanning. De raad laat zien waar het huidige systeem tekortschiet, terwijl sommige betrokkenen zeggen, misschien ís dat systeem zelf het probleem.
De aanbevelingen liggen er. Maar wie organiseert de beweging?
Ik liep naar binnen met één vraag. Hoe gaan deze aanbevelingen gerealiseerd worden en door wie? Is er een strategie? Uit ervaring weet ik dat is waar het vaak op vast kan gaan lopen. De eerste beweging is begonnen bij de minister die een vraag stelde en de onderwijsraad die met een advies is gekomen, maar hoe nu verder?
Na de toelichting van de Onderwijsraad, stelden aanwezigen vragen en kregen de ondersteunende organisaties ruimte om aan te geven wat zij konden bijdragen aan het realiseren van de aanbevelingen. Een mooi begin, maar het mist nog iets. De organisaties op het eiland zelf. De aanbevelingen en conclusies zijn, ook al zijn er punten voor verbetering, door een doordacht proces tot stand gekomen. Door literatuuronderzoek, analyse van beleid en wetgeving, en ruim 360 gesprekken met betrokken in en rond het onderwijs. Eilandelijke commissie hebben meegedacht over prioritering van de belangrijkste en urgentste thema's. Het advies is aangeboden door de Onderwijsraad aan de Eerste Kamer er zijn vragen gesteld en er is toelichting gegeven. En nu is het wachten op de beleidsreactie van de minister.
Consultatie is nog geen gedeeld eigenaarschap
Wachten op de beleidsreactie van de minister kan de indruk wekken, dat de realisatie van de aanbevelingen bij het ministerie wordt belegd. Alsof de werkelijke executiekracht pas ontstaat op het moment dat het ministerie richting geeft. De consultaties, gesprekken en aanbevelingen zijn waardevol. Maar consultatie betekent nog niet automatisch co-creatie en gedeeld eigenaarschap. Uiteindelijk beslist de minister welke aanbevelingen worden vertaald naar beleid en is het aan de uitvoerders hier vorm aan te geven. Top-down beleid op basis van input uit het veld. Logisch én er mist iets.
Wat gebeurt er wanneer de werkelijkheid van Bonaire, Saba en Sint Eustatius opnieuw wordt vertaald naar beleidskaders die vanuit Europees Nederlandse bril logisch lijken, maar op de eilanden blijven wringen?
Wat gebeurt er wanneer de mensen die het onderwijs dagelijks realiseren en mogelijk maken vooral worden meegenomen in het ophalen van perspectieven, maar minder in het gezamenlijk vormgeven en vertaling naar beleidskaders en uitvoering van de veranderingen?
Bij wie ligt eigenlijk het co creatie proces van gezamenlijke betekenisgeving, ontwerp , beleidsvorming en realisatie? Hoort dat bij een ministerie? Bij de eilandbesturen? Bij scholen en professionals? Bij ondersteuningsorganisaties? Of vraagt dit juist om een andere vorm van samenwerking waarin beleid, praktijk en gemeenschap samen optrekken?
Ik geloof in dat laatste.
Wat als kleinschaligheid juist de kracht is
Goed onderwijs op de eilanden lukt nu vaak dankzij de enorme inzet van individuele leraren en schoolleiders maar goed onderwijs mag niet afhankelijk zijn van individuele inzet alleen volgens de aanbevelingen van de Onderwijsraad. Precies. En toch is dat wat er steeds opnieuw gebeurt, daarom is het goed dat er aandacht voor is. En het zette mij aan het denken........ ik neem je mee in mijn gedachten.
Als je kijkt naar de mediaberichten en onderzoeken over onderwijs in Europees Nederland dan is het dominante verhaal er één van vastlopen en sterk dalende onderwijskwaliteit en is het recht op onderwijs voor een toenemend aantal kinderen (70.000 om precies te zijn) niet meer vanzelfsprekend. In Europees Nederland maken we ons zorgen over het realiseren van inclusief onderwijs, terwijl op de BES eilanden een norm is.
Het bijzondere is dat het op BES eilanden en in het bijzonder Bonaire wél lukt om de onderwijskwaliteit te laten toenemen, inclusief onderwijs te bieden, ondanks randvoorwaarden die niet op orde zijn, bekeken vanuit een Europees Nederlands perspectief. Dankzij individuele inzet, dankzij veerkracht, wendbaarheid en een steeds sterker worden lerend ecosysteem, lukt het.
Hoe kan dat?
Op de BES eilanden kennen leraren en schoolleiders de kinderen, de ouders, de gemeenschap, niet als abstracte doelgroep maar als mensen om wie ze persoonlijk en professioneel geven en mee in verbinding staan. Relationeel, familie van familie. Ze zijn zelf onderdeel van het ecosysteem. Kleinschaligheid, wat het rapport terecht als uitdaging benoemt, is tegelijkertijd de reden waarom het lukt om de kwaliteit van het onderwijs te versterken, inclusiever onderwijs te bieden en recht op onderwijs te organiseren. Beslissingen worden dicht bij de werkelijkheid gemaakt. Er is minder afstand tussen wie het besluit neemt en wie het uitvoert. Contact met rijks-en overheidsambtenaren verloopt vaak via mobiele nummers en whats app, of gewoon aan tafel met een klas water en citroen, geen ingewikkelde contactformulieren via websites. Dan is kleinschaligheid geen probleem, maar een voorwaarde voor recht op goed onderwijs. Laten we daar ook oog voor voor houden en ervoor zorgen dat we dat niet kwijtraken. Het recht op onderwijs en de kwaliteit van onderwijs zijn beide belangrijk. Het is de kunst om het recht op goed onderwijs te waarborgen, zonder de kracht van kleinschaligheid weg te organiseren of te gebruiken als excuus geen leermiddelen te ontwikkelen, omdat dit te kostbaar is. Het kan echt anders.
Het risico is dat we, in het streven naar kwaliteit, schaalbaarheid en een passen in een bestaand onderwijssysteem, precies dat verliezen wat op de eilanden de kracht van goed onderwijs vormt. Kleinschaligheid. Wat als we daar eens anders naar kijken?
Van wachten op beleidsrichting naar actiegericht ontwerp
De volgende stap ligt, voor mij, niet alleen in een beleidsrichting en de uitvoering daarvan. Maar ook maar in ook in het formuleren van een ontwerpvraag. Ja, het gaat in gesprek, in het debat, door de staatkundige verandering, over hoe de eilanden passen binnen een bestaand onderwijssysteem, maar hoort ook te gaan over de moed en het lef om dat systeem opnieuw te doordenken vanuit de werkelijkheid van de eilanden. Dat vraagt om lef en samenwerkingen die niet vanzelfsprekend zijn. Om durven zien dat taal, cultuur, schaal, gemeenschap, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid geen randvoorwaarden zijn, maar het vertrekpunt voor goed onderwijs en recht op onderwijs. Het recht op onderwijs begint bij de bereidheid om anders te kijken en anders samen te werken.
Geen antwoord wel een uitnodiging
En of ik antwoord heb op mijn oorspronkelijke vraag? Nog niet helemaal. Ons is gevraagd hoe wij als organisatie kunnen bijdragen. Wij kunnen bijdragen maar dat gaat verder dan consultatie, dat begint met de uitnodiging om in dialoog te gaan, de rest volgt.
#onderwijs #BES eilanden #Onderwijsraad.
Opmerkingen
Schrijf een reactie